Bouwkunde in Delft: een chronologie 1842–2000

Auteurs

  • Aart Oxenaar
  • Jesse Verdoes

DOI:

https://doi.org/10.7480/overholland.2025.23.254

Samenvatting

Dit artikel onderzoekt de historische ontwikkeling en het intellectuele profiel van het bouwkundeonderwijs in Delft, met bijzondere aandacht voor de veranderende relatie tussen architectuur, techniek, geschiedenis en ontwerp. Aan de hand van de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft wordt geschetst hoe het onderwijs zich ontwikkelde van een sterk technisch georiënteerde discipline tot een complex domein waarin ontwerp, historische kennis, theorie en maatschappelijke betrokkenheid samenkomen.

De analyse plaatst deze ontwikkeling in de context van bredere veranderingen in het Nederlandse hoger onderwijs en de architectuurpraktijk. In de beginperiode lag de nadruk op constructie, materiaalgebruik en technische beheersing, terwijl architectuurgeschiedenis, stedenbouw en cultuurtheorie geleidelijk een plaats verwierven binnen het curriculum. Tegelijkertijd laat het artikel zien dat spanningen tussen ontwerpgericht onderwijs en historisch-wetenschappelijk onderzoek hardnekkig zijn gebleven, met name binnen de setting van een technische universiteit.

Het artikel besteedt nadrukkelijk aandacht aan de institutionele en pedagogische gevolgen van deze scheefgroei. De marginalisering van architectuurgeschiedenis en bouwhistorisch onderzoek verzwakt niet alleen het academische profiel van de opleiding, maar ook de kwaliteit van de architectuurpraktijk en de omgang met erfgoed. Internationale voorbeelden tonen aan dat in andere landen historische kennis vaak steviger is verankerd in architectuuropleidingen.

Het artikel pleit uiteindelijk voor een herwaardering van de architectuurgeschiedenis binnen het Delftse bouwkundeonderwijs. Geschiedenis dient niet als bijvak te worden beschouwd, maar als een essentieel instrument voor het begrijpen van ruimtelijke vraagstukken, het informeren van ontwerpkeuzes en het versterken van de maatschappelijke betekenis van architectuur.

Citeerhulp

Aart Oxenaar, & Jesse Verdoes. (2026). Bouwkunde in Delft: een chronologie 1842–2000. OverHolland, 15(23). https://doi.org/10.7480/overholland.2025.23.254

Gepubliceerd

2026-01-07

Biografieën auteurs

Aart Oxenaar

Aart Oxenaar (1958) is architectuurhistoricus, met steun van NWO gepromoveerd op denken en werken van architect P.J.H. Cuypers en zijn impact op de stad Amsterdam. Hij was oprichtend coördinator van het CAST, centrum voor architectuur en stedenbouw in Tilburg. Directeur van de Academie van Bouwkunst te Amsterdam, Directeur Monumentenzorg bij de Gemeente Amsterdam en laatstelijk Directeur onderwijs en docent architectuurgeschiedenis bij de faculteit Bouwkunde in Delft. Daarnaast was hij actief als voorzitter van de Welstand in Amsterdam en Haarlem. Hij deed onderzoek en schreef zowel over architectuur- en stedebouw historische onderwerpen als moderne architectuur en stedebouw, onder andere over het werk van Carel Weber, Jo Coenen en Benthem Crouwel.

Jesse Verdoes

Jesse Verdoes (1997) is tentoonstellingsontwerper en assistent-curator voor BK Public Programs aan de TU Delft, waar hij in 2023 afstudeerde aan The Berlage Center for Advanced Studies in Architecture and
Urban Design. Hij heeft diverse tentoonstellingen ontworpen en geproduceerd, waaronder Bouwkunde in Delft: A Chronology (2023), Marina Tabassum: building with the Delta (2024) en Revisiting Vers Une Architecture (2024). Hij doceert een jaarlijkse ontwerpstudio aan de Fontys Academy of the Arts, samen met architect Paulien Bremmer. Naast zijn academische werkzaamheden is hij actief als onderzoeker en architectonisch ontwerper. Onlangs werkte hij samen met Sjoerd Willem Bosch en archeologen aan
het ontwerp en de bouw van een installatie voor het Oerol Festival op Terschelling.