OverHolland
https://overholland.ac/index.php/overholland
<p><em>OverHolland</em> onderzoekt de samenhang tussen architectonische interventies en stedelijke transformatie, waarbij de Hollandse stad centraal staat.</p>KNOBnl-NLOverHolland1574-3160Schuldige taferelen
https://overholland.ac/index.php/overholland/article/view/251
<p data-start="108" data-end="1004">Dit artikel onderzoekt hedendaagse dilemma’s in de zorg voor en interpretatie van cultureel erfgoed aan de hand van zogenoemd ‘schuldig’ of omstreden historisch materiaal. Met behulp van literaire analyse, architectuurtheorie en recente maatschappelijke debatten wordt verkend hoe culturele objecten en plaatsen moreel beladen raken wanneer hun ontstaansgeschiedenis of historische associaties botsen met hedendaagse waarden. De beschouwing opent met Andrew O’Hagans roman <em data-start="581" data-end="598">Caledonian Road</em>, waarin een kunsthistoricus publiekelijk het gezag van de Enlightenment Gallery van het British Museum ondergraaft en daarbij koloniale roof en esthetische fabricatie blootlegt achter de ogenschijnlijk verheven museumopstelling. Deze fictieve episode fungeert als vertrekpunt voor een reflectie op reële erfgoedpraktijken, waaronder institutionele strategieën van contextualisering en reputatiemanagement.</p> <p data-start="1006" data-end="1631">Het artikel plaatst deze kwesties binnen een breder erfgoedtheoretisch kader, met verwijzingen naar het Charter van Venetië en het concept van het historisch stedelijk landschap, en besteedt tevens aandacht aan kritieken die stellen dat het begrip ‘erfgoed’ te ver is opgerekt en analytisch problematisch is geworden. Aan de hand van casestudies, zoals het voormalige hoofdkantoor van de Nederlandsche Handelmaatschappij van K.P.C. de Bazel in Amsterdam en de voormalige SS-gevangenis in Kamp Vught, wordt duidelijk hoe gebouwen blijvend besmet kunnen raken door de ‘geleefde tijd’ van koloniale uitbuiting, oorlog en geweld.</p> <p data-start="1633" data-end="2261">Bijzondere aandacht gaat uit naar de spanning tussen historische ervaring en hedendaagse ‘beleefde tijd’, gevormd door consumentencultuur, herdenkingspraktijken en de vraag naar authenticiteit. Het artikel betoogt dat pogingen om beladen geschiedenissen te neutraliseren, uit te wissen of te esthetiseren vaak eerder maatschappelijk ongemak blootleggen dan dat zij tot een ethisch bevredigende oplossing leiden. Verantwoorde erfgoedzorg vergt daarom een blijvende confrontatie met historische context, morele ambiguïteit en emotionele complexiteit, in plaats van een eenzijdige nadruk op esthetiek of curatoriële duiding alleen.</p>Bernard Colenbrander
Copyright (c) 2026 Bernard Colenbrander
https://creativecommons.org/licenses/by/4.0
2026-01-072026-01-0710.7480/overholland.2025.23.251Interview over de Onderzoeksagenda Architectuur, Stedenbouw, Landschap van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
https://overholland.ac/index.php/overholland/article/view/253
<p data-start="2425" data-end="2932">Dit artikel bevat een uitgebreid interview met Jaap Evert Abrahamse, Eva Röell en Gabri van Tussenbroek over de totstandkoming van de <em data-start="2559" data-end="2613">Onderzoeksagenda Architectuur, Stedenbouw, Landschap</em> van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Het gesprek, gevoerd begin 2025, gaat in op de aanleiding, opzet en beoogde werking van deze agenda, die onderdeel vormt van een bredere nationale kennisstrategie. Centraal staat de overtuiging dat onderzoek en kennis de basis vormen van een effectieve erfgoedzorg.</p> <p data-start="2934" data-end="3393">In het interview lichten de auteurs de uitgangspunten van de agenda toe, met name de gekozen systeembenadering. Deze benadering doorbreekt de klassieke indeling naar gebouwtypologie en verbindt architectuur, stedenbouw, landschap, infrastructuur en ondergrond binnen één analytisch kader. Hierdoor kunnen afzonderlijke objecten—zoals bunkers, boerderijen of industriële complexen—worden begrepen in hun ruimere ruimtelijke, historische en functionele context.</p> <p data-start="3395" data-end="3902">Een belangrijk thema is de relatie tussen erfgoedonderzoek en actuele maatschappelijke opgaven, waaronder klimaatadaptatie, ruimtelijke druk, duurzaamheid en veranderend gebruik. De geïnterviewden benadrukken dat de agenda geen beleidsdocument is, maar een flexibel instrument dat kennislacunes zichtbaar maakt, toekomstig onderzoek richting geeft en de maatschappelijke relevantie van erfgoedstudies versterkt. De Nationale Onderzoeksagenda Archeologie (NOaA) diende daarbij als belangrijke inspiratiebron.</p> <p data-start="3904" data-end="4240">Daarnaast staat het artikel stil bij zorgen over de toekomst van de architectuurgeschiedenis en erfgoedexpertise, met name binnen het onderwijs. Het betoogt dat blijvende investeringen in onderzoek, historische kennis en interdisciplinaire samenwerking cruciaal zijn voor het behoud en de betekenisvolle omgang met de gebouwde omgeving.</p>Bernard ColenbranderReinout Rutte
Copyright (c) 2026 Bernard Colenbrander, Reinout Rutte
https://creativecommons.org/licenses/by/4.0
2026-01-072026-01-07Bouwkunde in Delft: een chronologie 1842–2000
https://overholland.ac/index.php/overholland/article/view/254
<p data-start="2438" data-end="2952">Dit artikel onderzoekt de historische ontwikkeling en het intellectuele profiel van het bouwkundeonderwijs in Delft, met bijzondere aandacht voor de veranderende relatie tussen architectuur, techniek, geschiedenis en ontwerp. Aan de hand van de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft wordt geschetst hoe het onderwijs zich ontwikkelde van een sterk technisch georiënteerde discipline tot een complex domein waarin ontwerp, historische kennis, theorie en maatschappelijke betrokkenheid samenkomen.</p> <p data-start="2954" data-end="3516">De analyse plaatst deze ontwikkeling in de context van bredere veranderingen in het Nederlandse hoger onderwijs en de architectuurpraktijk. In de beginperiode lag de nadruk op constructie, materiaalgebruik en technische beheersing, terwijl architectuurgeschiedenis, stedenbouw en cultuurtheorie geleidelijk een plaats verwierven binnen het curriculum. Tegelijkertijd laat het artikel zien dat spanningen tussen ontwerpgericht onderwijs en historisch-wetenschappelijk onderzoek hardnekkig zijn gebleven, met name binnen de setting van een technische universiteit.</p> <p data-start="3518" data-end="3976">Het artikel besteedt nadrukkelijk aandacht aan de institutionele en pedagogische gevolgen van deze scheefgroei. De marginalisering van architectuurgeschiedenis en bouwhistorisch onderzoek verzwakt niet alleen het academische profiel van de opleiding, maar ook de kwaliteit van de architectuurpraktijk en de omgang met erfgoed. Internationale voorbeelden tonen aan dat in andere landen historische kennis vaak steviger is verankerd in architectuuropleidingen.</p> <p data-start="3978" data-end="4345">Het artikel pleit uiteindelijk voor een herwaardering van de architectuurgeschiedenis binnen het Delftse bouwkundeonderwijs. Geschiedenis dient niet als bijvak te worden beschouwd, maar als een essentieel instrument voor het begrijpen van ruimtelijke vraagstukken, het informeren van ontwerpkeuzes en het versterken van de maatschappelijke betekenis van architectuur.</p>Aart OxenaarJesse Verdoes
Copyright (c) 2026 Aart Oxenaar, Jesse Verdoes
https://creativecommons.org/licenses/by/4.0
2026-01-072026-01-0710.7480/overholland.2025.23.254Een transnationale kijk op de oorsprong van de Delftse School
https://overholland.ac/index.php/overholland/article/view/256
<p data-start="2438" data-end="2952">Dit artikel onderzoekt de historische ontwikkeling en het intellectuele profiel van het bouwkundeonderwijs in Delft, met bijzondere aandacht voor de veranderende relatie tussen architectuur, techniek, geschiedenis en ontwerp. Aan de hand van de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft wordt geschetst hoe het onderwijs zich ontwikkelde van een sterk technisch georiënteerde discipline tot een complex domein waarin ontwerp, historische kennis, theorie en maatschappelijke betrokkenheid samenkomen.</p> <p data-start="2954" data-end="3516">De analyse plaatst deze ontwikkeling in de context van bredere veranderingen in het Nederlandse hoger onderwijs en de architectuurpraktijk. In de beginperiode lag de nadruk op constructie, materiaalgebruik en technische beheersing, terwijl architectuurgeschiedenis, stedenbouw en cultuurtheorie geleidelijk een plaats verwierven binnen het curriculum. Tegelijkertijd laat het artikel zien dat spanningen tussen ontwerpgericht onderwijs en historisch-wetenschappelijk onderzoek hardnekkig zijn gebleven, met name binnen de setting van een technische universiteit.</p> <p data-start="3518" data-end="3976">Het artikel besteedt nadrukkelijk aandacht aan de institutionele en pedagogische gevolgen van deze scheefgroei. De marginalisering van architectuurgeschiedenis en bouwhistorisch onderzoek verzwakt niet alleen het academische profiel van de opleiding, maar ook de kwaliteit van de architectuurpraktijk en de omgang met erfgoed. Internationale voorbeelden tonen aan dat in andere landen historische kennis vaak steviger is verankerd in architectuuropleidingen.</p> <p data-start="3978" data-end="4345">Het artikel pleit uiteindelijk voor een herwaardering van de architectuurgeschiedenis binnen het Delftse bouwkundeonderwijs. Geschiedenis dient niet als bijvak te worden beschouwd, maar als een essentieel instrument voor het begrijpen van ruimtelijke vraagstukken, het informeren van ontwerpkeuzes en het versterken van de maatschappelijke betekenis van architectuur.</p>Henk Engel
Copyright (c) 2026 Henk Engel
https://creativecommons.org/licenses/by/4.0
2026-01-072026-01-0710.7480/overholland.2025.23.256Randstad Holland in kaart revisited
https://overholland.ac/index.php/overholland/article/view/257
<p data-start="2438" data-end="2952">Dit artikel onderzoekt de historische ontwikkeling en het intellectuele profiel van het bouwkundeonderwijs in Delft, met bijzondere aandacht voor de veranderende relatie tussen architectuur, techniek, geschiedenis en ontwerp. Aan de hand van de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft wordt geschetst hoe het onderwijs zich ontwikkelde van een sterk technisch georiënteerde discipline tot een complex domein waarin ontwerp, historische kennis, theorie en maatschappelijke betrokkenheid samenkomen.</p> <p data-start="2954" data-end="3516">De analyse plaatst deze ontwikkeling in de context van bredere veranderingen in het Nederlandse hoger onderwijs en de architectuurpraktijk. In de beginperiode lag de nadruk op constructie, materiaalgebruik en technische beheersing, terwijl architectuurgeschiedenis, stedenbouw en cultuurtheorie geleidelijk een plaats verwierven binnen het curriculum. Tegelijkertijd laat het artikel zien dat spanningen tussen ontwerpgericht onderwijs en historisch-wetenschappelijk onderzoek hardnekkig zijn gebleven, met name binnen de setting van een technische universiteit.</p> <p data-start="3518" data-end="3976">Het artikel besteedt nadrukkelijk aandacht aan de institutionele en pedagogische gevolgen van deze scheefgroei. De marginalisering van architectuurgeschiedenis en bouwhistorisch onderzoek verzwakt niet alleen het academische profiel van de opleiding, maar ook de kwaliteit van de architectuurpraktijk en de omgang met erfgoed. Internationale voorbeelden tonen aan dat in andere landen historische kennis vaak steviger is verankerd in architectuuropleidingen.</p> <p data-start="3978" data-end="4345">Het artikel pleit uiteindelijk voor een herwaardering van de architectuurgeschiedenis binnen het Delftse bouwkundeonderwijs. Geschiedenis dient niet als bijvak te worden beschouwd, maar als een essentieel instrument voor het begrijpen van ruimtelijke vraagstukken, het informeren van ontwerpkeuzes en het versterken van de maatschappelijke betekenis van architectuur.</p>Yvonne van MilReinout Rutte
Copyright (c) 2026 Yvonne van Mil, Reinout Rutte
https://creativecommons.org/licenses/by/4.0
2026-01-072026-01-0710.7480/overholland.2025.23.257Rotterdam centrum nader bekeken
https://overholland.ac/index.php/overholland/article/view/259
<p data-start="2402" data-end="2915">Dit artikel onderzoekt hoe Rotterdam zich heeft ontwikkeld tot de belangrijkste hoogbouwstad van Nederland door de opkomst van hoogbouw in het centrumgebied tussen 1940 en 2030 in kaart te brengen. Aan de hand van een atlas worden vijf perioden onderscheiden: 1940–1970, 1970–1985, 1985–2000, 2000–2015 en 2015–2030. Gebouwen hoger dan 70 meter – de Rotterdamse definitie van hoogbouw – zijn driedimensionaal weergegeven, waardoor veranderingen in ligging, functie en schaal door de tijd heen inzichtelijk worden.</p> <p data-start="2917" data-end="3449">De atlas combineert cartografische analyse met beleidsstukken, ontwerpdiscours en karakteristieke projecten om te laten zien hoe ideeën over hoogbouw verschuiven. In de wederopbouwperiode werd hoogbouw ingezet binnen modernistische concepten van cityvorming en functiescheiding, wat vaak leidde tot monofunctionele gebieden en een negatieve beeldvorming rond wonen op hoogte. In de jaren zeventig kwam hierop kritiek, wat resulteerde in een tijdelijke terughoudendheid ten aanzien van hoogbouw en een sterkere focus op leefbaarheid.</p> <p data-start="3451" data-end="3949">Vanaf het midden van de jaren tachtig keert hoogbouw terug als instrument voor economische versterking, verdichting en citymarketing. Eerst domineren kantoortorens, waarna na 2000 een duidelijke verschuiving optreedt naar woontorens als middel om het centrum te verlevendigen. Het artikel besteedt daarbij niet alleen aandacht aan de gerealiseerde bouw, maar ook aan het veranderende discours en de actoren die invloed uitoefenen op het beleid, zoals gemeente, ontwerpers, ontwikkelaars en critici.</p> <p data-start="3951" data-end="4205">Het artikel besluit met de constatering dat de huidige tijdelijke hoogbouwstop (2023–2026) kan worden gezien als een moment van bezinning, waarin de spanning tussen een iconische skyline, woningbouwopgaven en een kwalitatieve leefomgeving centraal staat.</p>Iris van der WalEsther GramsbergenYağız SöylevElif Soylu
Copyright (c) 2026 Iris van der Wal, Esther Gramsbergen, Yağız Söylev, Elif Soylu
https://creativecommons.org/licenses/by/4.0
2026-01-072026-01-0710.7480/overholland.2025.23.259Het Palazzo
https://overholland.ac/index.php/overholland/article/view/260
<p data-start="2506" data-end="3059">Dit artikel herwaardeert het palazzo als woningtype en betoogt dat het een actuele betekenis kan hebben voor hedendaagse woningbouw en architectuuronderwijs. In plaats van het palazzo te benaderen als een historisch of stilistisch product van de Italiaanse renaissance, wordt het gepresenteerd als een typologisch principe dat is gebaseerd op ruimtelijke ordening, herhaling en stedelijke inbedding. Kenmerkend is de centripetale structuur: een meerlaags stedelijk gebouw rond een binnenplaats die zowel ontsluiting als architectonisch middelpunt vormt.</p> <p data-start="3061" data-end="3715">Aan de hand van historische voorbeelden uit onder meer Florence, Genua, Napels en Venetië, en met verwijzing naar theoretici als Berlage, Quatremère de Quincy en Martí Arís, verduidelijkt de auteur het onderscheid tussen het palazzo en verwante vormen zoals het hofje of het gesloten bouwblok. Een typologische matrix maakt inzichtelijk hoe de stapeling en herhaling van genormaliseerde wooneenheden rondom een binnenplaats leiden tot consistente, maar beeldloze ordeningsprincipes. Deze matrix fungeert in de eerste plaats als didactisch instrument, waarmee type wordt begrepen als een abstract en generatief kader in plaats van een vormelijk voorbeeld.</p> <p data-start="3717" data-end="4201">De hernieuwde belangstelling voor het palazzo wordt geplaatst binnen een bredere architectonische wending richting ambachtelijkheid, tektoniek en het ‘triviale’, als reactie op laatmodern formalisme en spektakelarchitectuur. Aan de hand van voorbeelden uit de ontwerppraktijk en internationale onderwijsstudio’s laat het artikel zien hoe het palazzo een alternatief biedt voor gangbare woningtypologieën door dichtheid, ruimtelijke hiërarchie en stedelijke aanwezigheid te combineren.</p> <p data-start="4203" data-end="4393">Het artikel besluit dat de kracht van het palazzo ligt in zijn vermogen om woningbouw opnieuw te verbinden met disciplinaire kennis, professionele autoriteit en de stad als primaire context.</p>Hans van der Heijden
Copyright (c) 2026 Hans van der Heijden
https://creativecommons.org/licenses/by/4.0
2026-01-072026-01-0710.7480/overholland.2025.23.260Boekbespreking
https://overholland.ac/index.php/overholland/article/view/261
<p>Boekbespreking over</p> <p><em>Autonomous Architecture and the City: Design and Research in the Education of La Tendenza’</em><br>Proefschrift Technische Universiteit Delft, 2023<br>Door Henk (H.J.) Engel</p>Harm Tilman
Copyright (c) 2026 Harm Tilman
https://creativecommons.org/licenses/by/4.0
2026-01-072026-01-0710.7480/overholland.2025.23.261Over de architectonische constructie van een hof
https://overholland.ac/index.php/overholland/article/view/262
<p data-start="1951" data-end="2497">Dit artikel analyseert de hof in Nieuw Kralingen van Hans van der Heijden Architecten vanuit een architectonisch-constructief perspectief. Aan de hand van een nauwkeurige lezing van vorm, maatvoering, materialisatie en ordening onderzoekt de auteur hoe de hof functioneert als een samenhangend architectonisch geheel, en niet louter als woningtypologie. Centraal staat het idee van de hof als een ‘omgevouwen gevel’, waarin klassieke systemen van architectuur – kolommen, openingen, ritme en herhaling – de ruimte structureren en betekenis geven.</p> <p data-start="2499" data-end="3005">Het artikel laat zien hoe alledaagse bouwmaterialen door precieze maatvoering en detaillering worden ingezet om decorum, sfeer en identiteit te creëren, zonder terug te vallen op spektakel of kostbare middelen. Architectonische elementen zoals gemetselde kolommen, getoogde vensters en de dakopbouw krijgen hun betekenis door herhaling en proportionele samenhang. De tegenstelling tussen de open, gelaagde gevelorde beneden en de meer gesloten orde boven bepaalt in hoge mate het karakter van de hofruimte.</p> <p data-start="3007" data-end="3321">Door het ontwerp te verbinden met klassieke noties van orde, proportie en decorum toont het artikel hoe hedendaagse woningbouw architectonische rijkdom kan voortbrengen vanuit constructieve logica en vakmanschap. De hof wordt gepresenteerd als een architectonisch kader dat het dagelijks leven draagt en activeert.</p>Endry van Velzen
Copyright (c) 2026 Endry van Velzen
https://creativecommons.org/licenses/by/4.0
2026-01-072026-01-0710.7480/overholland.2025.23.262Redactioneel
https://overholland.ac/index.php/overholland/article/view/263
<p>Dit slotnummer van <em data-start="179" data-end="192">OverHolland</em> is gewijd aan architectuur en haar complexe relatie met geschiedenis. Aanleiding vormen meerdere jubilea en herdenkingen, waaronder veertig jaar Stichting Hoogbouw, twintig jaar <em data-start="371" data-end="384">OverHolland</em> en een eeuw sinds zowel het Rietveld Schröderhuis als de intreerede van Granpré Molière. Daarnaast markeert het overlijden van Carel Weeber, Umberto Barbieri en Hans Beunderman een symbolisch moment van reflectie. Het nummer onderzoekt hoe een hedendaagse cultuur van herinnering en behoud leidt tot nieuwe dilemma’s binnen het erfgoedveld. De verbreding van de monumentenzorg naar transformatie, hergebruik en landschappelijke schaal roept fundamentele vragen op over de rol van de architectuurhistoricus. Bijzondere aandacht gaat uit naar Rotterdam als laboratorium voor binnenstedelijke verdichting en hoogbouw. Verder belicht het nummer de geschiedenis en het onderwijs van de Delftse bouwkunde, inclusief de langdurige spanning tussen modernisme en traditionalisme. Tot slot wordt een ontwerpgerichte omgang met het verleden bepleit, waarin historische analyse en actuele architectonische praktijk elkaar wederzijds versterken.</p>Redacteuren
Copyright (c) 2026 The Editors
https://creativecommons.org/licenses/by/4.0
2026-01-142026-01-1410.7480/overholland.2025.23.263